MARCELLE VAN BEMMEL - 1972 - 2018

 

Beeldende kunst heeft te maken met het overbrengen van onzichtbare emoties of ideeën. De visuele middelen die daarvoor worden ingezet, zijn cruciaal, maar geen doel op zich. Het tastbare object dat wij kunstwerk noemen, blijft een metafoor voor een onzichtbare belevingswereld. Aan de hand van die metafoor vormt de beschouwer zijn eigen beleving, welke nooit gelijk kan zijn aan die van de kunstenaar. Dit paradoxale gegeven is een rode draad in het werk van Marcelle van Bemmel.

 

In tegenstelling tot de conceptuele kunst (die in de periode dat Van Bemmel haar opleiding kreeg hoogtij vierde) beperkt zij de visuele vorm niet tot een absoluut minimum, maar wendt zij juist een zo groot mogelijk scala van uitdrukkingsmiddelen aan. Dat de materie ondergeschikt is aan de emotie die het teweeg wil brengen, uit zich in tijdelijke kunstwerken: performances, installaties, tijdelijke ingrepen in het landschap. Ze benadert het probleem steeds vanuit verschillende invalshoeken en met materialen die haar op dat moment het meest geschikt lijken.

 

Haar performances tussen 1982 en 1990 zijn een voortdurende poging om de onzichtbare wereld te vangen. Ze verwijst naar sporen aan de hand waarvan je niet zichtbare gebeurtenissen kunt reconstrueren: fossielen die ons een glimp laten zien van het onzichtbare proces van de evolutie, de rotsblokken die niemand ooit zag bewegen maar die wel sporen trekken, de onzichtbare kracht die ons drijft om steeds nieuwe dingen te creëren, het alter ego, spiegels als een middel om de werkelijkheid vanuit een ander perspectief te zien, gebeurtenissen die plaatsvinden op een schaal die zo klein is dat we ze niet opmerken. We hebben reconstructies nodig om ons ervan bewust te worden. Kunst is ook niet echt zichtbaar. De zichtbare objecten die we kunstwerken noemen, zijn fossielen in het onzichtbare belevingsproces van de kunstenaar.

 

De beelden en installaties die Marcelle van Bemmel maakt tussen 1990 en 1995 hebben betrekking op verwarring. Hoe weten we of de emotie die we hebben als we een kunstwerk observeren, gelijk is aan de ervaring die anderen erbij hebben? En zijn dat dezelfde gevoelens die een kunstenaar aan ons door wil geven? De enige zekerheid die we hebben is dat we daar nooit achter zullen komen. Met verbazingwekkend optimisme confronteert Marcelle ons met de pijnlijke vraag waarom het dan überhaupt nodig is om ons met kunst bezig te houden. We zullen nooit met elkaar overeenstemmen over hoe we moeten omgaan met wat we zien. In Museum Moirsbroich, Leverkusen (1992) laat zij in haar installatie Cogito? een beeld aan zichzelf twijfelen. Op de wanden is een tekst geschilderd die ontleend is aan een advertentie voor een schriftelijke tekencursus: ‘The sooner you make your first five thousand mistakes, the sooner you will be able to correct them’.

 

De verwarring komt terug in het spel met emblemata - van de zestiende eeuw en hedendaagse zelfbenoemde of bedachte emblemen - en zelden kunnen ze exact geduid worden. Hoofden met een blinddoek, de driekoppige triciput, de vrouw zonder hoofd, een hoofd met een schildpadschild als hersens, de slang die zichzelf in zijn staart bijt, Cupido die zichzelf zijn rug geschoten heeft, verbonden schoenen.  Emblemen met de betekenis “Festina lente – haast je langzaam“ komen in verschillende gedaantes terug in Van Bemmels werk: de gevleugelde schildpad, het schildpadschild met de bronzen pijlen, de slakhaas, de vleugels met het schietlood en de fossiele libelle.

 

Als niet-tastbare emoties de kern van de kunst zijn, dan zijn de materiële objecten 'slechts' sleutels naar deze gevoelens. Materie als dienaar van de geest. Een van de redenen waarom Marcelle van Bemmel wil dat het materiaal van haar werk in de open lucht zich zo weinig mogelijk opdringt. In 1996 maakt ze een beeld dat van kleur en aard verandert doordat er gras uit komt groeien. Het versmelt langzaam met het landschap. Het kunstwerk als materieel object verdwijnt. Het proces is gefossiliseerd in de vorm van documentatie. In 1997 brengt Van Bemmel een land art work tot stand in Millevaches, Frankrijk. Hier zijn geen materialen toegevoegd. Aarde en water die reeds aanwezig zijn worden verplaatst. Dit resulteert in een nieuwe vorm die op de lange duur weer zal oplossen in het landschap.

 

In hetzelfde jaar wordt de vraag betreffende de noodzaak om onzichtbare belevingen te visualiseren omgekeerd: Kunnen onzichtbare processen zoals gedachten, ideeën, emoties, eigenlijk wel bestaan zònder materie? Het antwoord wordt uitgewerkt in de performance 'Synaps' en opent nieuwe perspectieven in haar werk.

 

Ook in de jaren daarna gebruikt Van Bemmel bij voorkeur middelen die geen kneedbare vorm hebben: water, licht, schaduw, geluid, teksten, het verstrijken van de tijd. Spiegelingen zijn illusies waarbij nauwelijks sprake is van materie: in Hoek van Holland, Heusden en Drulon  worden grote spiegels in het landschap geplaatst die niet zelf als object aandacht vragen, maar een visuele verschuiving in het landschap veroorzaken. In de expositieruimtes Safe, Biemold’s Belang, Kunsthuis Hardenberg, de wijnkelder van Drulon en Fort Ellewout worden vloeren vervangen door spiegelende watervlakken, die zwevende objecten reflecteren. Bij Kasteel van Rhoon  wordt met  spiegels water gesuggereerd. Een reusachtige hand reikt naar zijn ongrijpbare spiegelbeeld bij het Van Abbehuis in Eindhoven, Landart Diessen en botst ermee in Son en Breugel. In Hardenberg, Haaksbergen, in de Bergsingel in Rotterdam en de Heemtuin Leiderdorp worden teksten ondersteboven en in spiegelbeeld vlak boven het wateroppervlak geplaatst, waardoor de spiegeling in het water een leesbare tekst wordt. Bij het drijvende beeld “Ergo sum?” van een vrouw zonder hoofd die naar haar spiegelbeeld kijkt wordt reflectie ook in figuurlijke zin gebruikt.

 

Bij de opdrachten voor het Historisch Museum Rotterdam ( 2002 tentoonstelling en boek ‘Aan de deur  werd veel gekocht) , het Architectuur Instituut Rotterdam (2003 schrijfopdracht, 40 interviews), het tekstwerk voor de Bergsingel in Rotterdam (2005), de installatie in Fort Ellewout bij Ellewoutsdijk (2006) en de verblijfsplek in Diergaarde Blijdorp (2007) speelt geschiedenis – of in andere woorden vervlogen gebeurtenissen - een belangrijke rol.

 

Met haar installaties ‘The stuff that memories are made of’ (2008) en ‘La substance dont sont formés des souvenirs’ (2012) grijpt Marcelle van Bemmel terug op de blacklight-kastjes met uit papier geknipte landschappen die zij begin jaren 70 maakte. De wens om fysiek in zo’n droomlandschap rond te kunnen dwalen is eindelijk waargemaakt. Ook haar installatie in Frankrijk ‘How to...(two) – quand la vie était encore en noir et blanc’ (2009) gaat terug in de tijd. De emblematische zwart-wit foto’s (waarom doet die man zo raar?) uit 1962 zijn geplaatst in een zwart-wit interieur waarbij de attributen refereren aan de stijl van de vroege jaren zestig. De perspectivisch vervormde tafel verhoogt het gevoel dat iets niet helemaal klopt.

 

In 2009 maakt Marcelle voor Peninsula - Van Abbehuis in Eindhoven een installatie waarin de ongrijpbaarheid van de beeldende kunst tot uitdrukking komt: ‘Jamais ici’. Nooit in deze materiële wereld. En de figuur die een handstand maakt op een spiegel leest: “ Altijd daar” De installatie in 2010. bij Drulon ‘toujours là’ is daar een vervolg op  Net als bij de ronddraaiende hand en de bezem is er een duidelijk tijdsaspect in de installaties ‘Leda en de zwaan’ ‘151 Doigts’, ‘Hibou’ ,’Wisteria’, ‘Jump’ en ‘De Verstekeling’, maar ook bij het statische beeld ‘Waterrad’ speelt tijd een rol. Bij Hert/Cerf (2011) zijn twee bewegingen zijn samengevat in één sculptuur. Vanaf 2011 experimenteert Van Bemmel met het groeiproces van mos, waarmee zij tekeningen en teksten maakt in de buitenruimte.

 

De eerste keer dat Marcelle schaduw gebruikte in haar werk was bij de actie ‘Leaving my shadow’ in 1975. Die fascinatie om te werken met iets dat ongrijpbaar is komt terug in haar installatie met licht en schaduw ‘De verstekeling’ (2012) waarbij door handen gemaakte verschijnende en verdwijnende schaduwen van dierfiguren gecombineerd worden met handen die licht uit schijnen te stralen. Bij haar laatste installatie wordt een ruimte gevuld met een landschap van schaduwen waarin dierfiguren rond bewegen. Het zijn projecties van voornamelijk geknipt papier, die steeds in andere combinaties gebruikt kunnen worden. Ook het in de ruimte rondlopende publiek wordt onderdeel van de installatie.

 

Ongrijpbaarheid, verwarring over interpretatie, materie versus immateriële zaken zijn thema’s waarmee Marcelle van Bemmel met een grote variatie aan middelen heeft getracht om haar publiek te inspireren.

Vanaf 2016 is zij vooral bezig met fotografie, waarbij details die de meest mensen over het hoofd zien veel aandacht krijgen, maar natuurlijk ook spiegelingen en schaduwen een rol krijgen.

 

Vanaf 2016 is zij vooral bezig met fotografie, vaak in de vorm van panoramafoto's. Details die de meeste mensen over het hoofd zouden zien krijgen veel aandacht, maar natuurlijk keren ook spiegelingen en schaduwen terug.