over de relatie kunstwerk - groene omgeving

 

motivatie - welke benadering?


Opvattingen over de wijze waarop kunstwerken in een groene omgeving
geplaatst zouden moeten worden kan men grofweg in drie categorieen indelen:

* Het beeld als accentuering van de plek,
* De omgeving als groen decor voor het beeld,
* Beeld en omgeving vormen een symbiose en versterken elkaar.


Marcelle van Bemmel’s voorkeur gaat uit naar de laatste optie.
Dat heeft zij onder andere bij de volgende projekten uitgewerkt:

Triciput, Heemstede 1996 La Ceinture d’Orion, La Pommerie, France 1997 Bemol, Hoek van Holland 1999 Loos Weer, Heusden 2000 a Mont st. Victoire, Drulon, France 2001 Cyclope, Drulon, France 2002 Nu was toen later Rotterdam 2005 Verblijfsplek Diergaarde Blijdorp Rotterdam 2007, het tekstbeeld Van aard veranderen Wassenaar 2011 en Nooit hier, altijd daar, Landart Diessen 2013, Narcissus, (bij kunstroute Metamorfose) Heemtuin Leiderdorp 2014

 

geschiedenis - enkele voorbeelden


Al eeuwenlang worden er beelden in buitenruimtes geplaatst. Het doel hiervan en opvattingen over de wijze waarop dat moet gebeuren, zijn echter voortdurend veranderd.

In de tijd van de antieken werden beelden van vegetatiegoden aan de rand van een tuin geplaatst, als beschermers van het gewas. Een grenspaal van een akker werd vaak een priaap: een paal met de kop van de vruchtbaarheidsgod Priapus. Kunst als magie/magie als kunst.

In de zestiende en zeventiende eeuw was men van mening dat de tuin het verlengstuk van de architektuur hoorde te zijn, de strak afgemeten perken noemde men ‘kamers’, en de beelden waren de aankleding van die vertrekken. De gereconstrueerde tuin van paleis Het Loo is hier een goed voorbeeld van.

In de achttiende eeuw ging men meer ‘natuurlijke’ parken aanleggen. De fonteinen maakten plaats voor ingenieus geconstrueerde beekjes met watervallen, en naast beelden koos men steeds vaker voor follies, namaak-ruïnes, en schelpengrotten. Park Sonsbeek bij Arnhem was oorspronkelijk op die manier ingericht. De natuur door de mens geromantiseerd.

In de negentiende eeuw wilde men dat ook de beelden zèlf de indruk wekten natuurlijk te zijn: aan de rand van een bos plaatste men niet meer een sculptuur van de godin Diana of een faun, maar b.v. een bronzen jager met zijn honden (park Elswout te Overveen), of het beeld van een hert dat uit de rust werd opgeschrikt Het kunstwerk als illustratie bij het landschap.

Halverwege onze eeuw plaatste b.v. mevrouw Kröller Müller een beeld van Henry Moore boven op de glooiing van een gazon, waardoor het prachtig afstak tegen de bosrand: het groen als decor voor het kunstwerk.

Vanaf de zestiger jaren kwamen de land-art kunstenaars. Ze werkten grootschalig en gebruikten vaak de materialen die het landschap zelf bood, zoals aarde, stenen, levende bomen. De kunstwerken raakten op die manier onverbrekelijk verbonden met de omgeving. Voorbeelden van deze wijze van werken zijn het het observatorium van Robert Morris en de groene kathedraal van Marinus Boezem in de Flevopolder. In 1997 bouwde James Turrell Het Hemels Gewelf bij Kijkduin.

Tegenwoordig zie je vaak grote beelden als herkenningspunt langs de snelweg of op rotondes.